Review: Perdido Street Station – China Miéville

J.R.R. Tolkien kan met recht en rede beschouwd worden als de invloedrijkste auteur van het fantasy-genre. Zodra het woord “fantasy” valt, denkt wellicht iedereen prompt aan elfen, dwergen en tovenaars die in Midden-Aarde de strijd aanbinden tegen de slechte orks. Het onvermijdelijke gevolg van populariteit – en zeker als die zulke proporties aanneemt – is dat de meningen over de auteur sterk uiteen lopen. Zéér sterk. Tolkien vormt hierop geen uitzondering: langs de ene kant zijn er mensen die van mening zijn dat hij een zegen geweest is voor het fantasy-genre, omdat hij dat met zijn The Lord of the Rings-epos op de kaart gebracht heeft. Daarentegen zijn er anderen die zich sterk maken dat hij dit genre juist verwoest heeft, omdat het sindsdien verzadigd is geraakt met schrijvers die hun eigen The Lord of the Rings willen scheppen, meestal met lange, saaie en afgekookte verhalen tot gevolg. Met dit citaat van China Miéville wordt het duidelijk in welk kamp hij zich bevindt:

“When people dis fantasy – mainstream readers and SF readers alike – they are almost always talking about one sub-genre of fantastic literature. They are talking about Tolkien, and Tolkien’s innumerable heirs. Call it ‘epic’, or ‘high’, or ‘genre’ fantasy, this is what fantasy has come to mean. Which is misleading as well as unfortunate.

Tolkien is the wen on the arse of fantasy literature. His oeuvre is massive and contagious—you can’t ignore it, so don’t even try. The best you can do is consciously try to lance the boil. And there’s a lot to dislike—his cod-Wagnerian pomposity, his boys-own-adventure glorying in war, his small-minded and reactionary love for hierarchical status-quos, his belief in absolute morality that blurs moral and political complexity. Tolkien’s clichés—elves ‘n’ dwarfs ‘n’ magic rings—have spread like viruses. He wrote that the function of fantasy was ‘consolation’, thereby making it an article of policy that a fantasy writer should mollycoddle the reader.”

Ik was dan ook zeer benieuwd naar de fantasy-boeken die Miéville schrijft. Zeker omdat ze weinig bekend zijn, maar toch bemind worden door zij die ze gelezen hebben (en al helemaal door degenen die zich tegen de Tolkienesque fantasie afzetten).

Titel: Perdido Street Station
Auteur: China Miéville
Aantal bladzijden: 867
Uitgeverij: Pan Books

Perdido Street Station is het eerste boek in een cyclus van verhalen binnenin Miéville’s wereld, Bas-Lag, die volledig onafhankelijk van elkaar gelezen kunnen worden. De titel is genoemd naar het grootste station in het hart van de stad New Crobuzon, de stad waarin het verhaal zich afspeelt. De epische reis doorheen een fictieve wereld ruimt plaats voor een intiem portret van een dystopische stad. We zijn niet in de middeleeuwen. Hier wordt alles aangedreven door steampunk technologie. Voor zij die ermee vertrouwd zijn, doet Miéville’s universum weleens denken aan de werelden die we Final Fantasy games zien. Denk ik hierbij bijvoorbeeld aan de Cactacae, cactusmensen die lijken op stevig uit de kluiten gewassen versies van de ietwat grappige (doch meer dan gewoonlijk irritante) Cactuars, die een vaste waarde zijn in deze spelreeks.

Het verhaal draait rond Isaac Dan der Grimnebulin, een wetenschapper die in ongenade is gevallen omdat hij een onderzoek doet naar een tak in de thaumaturgie (een combinatie van wetenschap en magie) waarop een taboe rust. Hij wordt benaderd door Yagharek, een Garuda, wat een kruising is tussen mens en vogel. Die heeft een opmerkelijk verzoek: zijn vleugels werden als straf eraf gesneden, en hij komt de wetenschapper vragen om hem opnieuw te doen vliegen. Maar niet met behulp van prothesen of dergelijke technologische spitsvondigheden. Yagharek wil de kunst van het vliegen opnieuw eigen aan zijn lichaam maken. Geïntrigeerd door deze vreemde bezoeker start Isaac zijn onderzoek op. Als onderdeel hiervan verzamelt hij een heleboel larven bij elkaar om te bestuderen hoe hun vleugels zich ontwikkelen. Spoedig dumpt hij al deze specimen omdat hij ze nutteloos acht voor verder onderzoek, op één uitzondering na, die hij puur uit interesse bewaart. Deze larve lijkt hem immers wel héél bijzonder. Maar wanneer deze ontpopt, komt Isaac erachter dat hij door hem te laten ontwikkelen een vreselijke vergissing heeft begaan…

Dit is geen feeërieke fantasie. New Crobuzon is ronduit smerig, de overheid is al even corrupt als in het echte leven en vooral de remade zorgen voor de extra portie nare troosteloosheid waaronder de stad kreunt. De remade zijn mensen die lichaamsmodificaties hebben ondergaan bij wijze van alternatieve straf. Zo heb je iemand die weigerde zijn medeplichtigen te verraden, wiens mond daarom werd uitgewist. Om terug voedsel te kunnen proeven, heeft hij met een mes een gat gesneden daar waar zijn mond ooit was geweest. Hartverwarmend. Soms wordt de dystopie er iets té dik opgesmeerd. Eén van de grote waterlopen door je stad de ‘Cancer’ noemen hoeft echt niet om je punt duidelijk te maken.

China Miéville wordt er wel eens van beschuldigd te schrijven met zijn thesaurus permanent naast zijn tekst geopend, doordat hij graag ongewone woorden gebruikt. Niettemin leest Perdido Street Station zeer vlot en aangenaam, en ik moet zeggen dat ik dit een stuk leuker vond om te lezen dan Tolkien’s boeken. De personages hebben veel persoonlijkheid. Miéville probeert geen protagonisten naar voor te schuiven die prototypes zijn van wat naar zijn visie volmaakte mensen zijn: allemaal hebben ze hun ruwe kanten. Het is verfrissend dat Isaac geen bovenmenselijke krachtpatser is. Onze held is een plompe heer die weinig aandacht heeft besteed aan fysieke activiteit, wat hij zich doorheen de loop van het verhaal meer dan eens beklagen zal. De problemen waarmee de personages te maken krijgen, zijn niet het gevolg van een bombastische queeste die ze op een noodlottige dag in hun schoot geworpen krijgen, maar van een kettingreactie veroorzaakt door één (of enkele) ongelukkige keuze(s) die de personages maakten; zo subtiel dat noch zij, noch de lezer hadden kunnen inschatten waartoe het leiden zou. Qua karakterisatie, opbouw, ideeën en vertelkunst zit Perdido Street Station goed in elkaar.

Helaas zijn er ook punten waarmee ik moeite heb gehad. Een heel klein beetje jammer is dat China Miéville zo barstensvol van de ideeën zat dat hij ze niet allemaal even goed heeft kunnen uitwerken. Je zou meer inkijk verwachten in de werking van de overheid van New Crobuzon, maar op een bepaald punt moest Miéville het verhaal wel gaan afronden en is deze onderbelichte regering wat in de soep verzopen. Ze is niet zomaar onderbelicht, maar ook op een eenzijdige wijze onderbelicht; Miéville blijft bij zijn neerzetting hangen in het cliché van de kwaadaardige overheid — ze hebben zelfs contact met de duivel in hoogsteigen persoon (zie mijn kritiek van de dingen er te dik op smeren) — waarmee hij zelf zondigt aan één van zijn kritieken op Tolkien. En zonder er veel over kwijt te willen omdat ik me dan in spoilerville begeef, bevat Perdido Street Station een duidelijke referentie naar Lovecraftiaanse mystiek in de vorm van het personage The Weaver. Ik heb veel mensen hierop erg enthousiast zien reageren en hoewel dit personage inderdaad leuk gevonden is, is het in de praktijk weinig meer dan een deus ex machina waarmee Miéville zijn helden magischerwijs uit reddeloos verloren situaties tovert. Dit waren minpuntjes die me niet al te hard stoorden tijdens het lezen.

Een iets groter probleem had ik met Lin, het vriendinnetje van Isaac. Op zich is er helemaal niets mis met haar. Het is met de verhouding tussen haar en Isaac dat ik het moeilijk heb. Zie je, Lin behoort namelijk tot het Khepri-ras. Zij die thuis zijn in vergane culturen weten dat Khepri een Egyptische god is, die afgebeeld wordt als een mens met een scarabee in plaats van een mensenhoofd. De mannetjes van dit ras verschijnen in het boek, zoals je nu allicht wel kan vermoeden, in de vorm van groot uitgevallen scarabeeën. De vrouwen zijn een iets meer letterlijke uitwerking van de Egyptische beeltenis: zij bezitten een menselijk lichaam, met knalrode huid, en als hoofd… een scarabee. En nee, niet gewoon de kop van een scarabee als hoofd, maar een gehele scarabee als hoofd. Poten incluis. Wat ik mij bijgevolg de godganse tijd heb zitten af te vragen tijdens het lezen van hun intieme scenes, was ‘en hoe zit het dan met het kussen? Hoe werkt dit zelfs?’ Ik geloof dat die scènes verondersteld werden lief te zijn, maar ik kreeg er alleen maar de kriebels van. Je kan er niet eens een waterdicht argument tegen racisme mee maken.

Het grootste probleem had ik met de climax en het einde. Gezien de hopeloze rotsituatie waarin onze protagonisten zich gewerkt hadden en het potentieel van hun tegenstanders, waren de verwachtingen hoog. Het hoogtepunt vond ik echter mager uitvallen en weinig spannend, en het einde zelf zeer onbevredigend. De keuzes die de personages maakten waren volstrekt ongeloofwaardig, alsmede het gemak waarmee zij zich in hun lot berustten.

Los van al deze problemen vind ik Perdido Street Station een aanrader voor iedereen die graag fantasy leest. Het is een zeer welgekomen afwisseling van de knights in shiny armour-fantasy waarmee wij murw geslagen worden. De editie die ik gelezen had telde 867 bladzijden, wat heel veel is. Het kostte me echter geen enkele moeite om erdoor te komen. Juist daardoor is het einde erg jammer, want dat maakt Perdido Street Station als een zeer lekker gerecht dat helaas een bittere nasmaak achterlaat.

score_4

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s